Een tablet van ivoor

Het ivoren notitieboekje van Rufius Gennadius Probus Orestes, zittend met in zijn hand een doek die gebruikt werd om de start van de paardenraces aan te geven, 530 n. Chr., nu in het Victoria and Albert Museum London

Vanaf 31 december 2017 geldt er in China een compleet verbod op de handel in ivoor. Dat zal niet alle problemen oplossen rond de vaak illegale handel in deze dure ‘grondstof’. Toch is het zeker een stap in de goede richting, want op dit moment is de vraag naar ivoor vanuit Azië nog onverminderd hoog.

Nog dagelijks worden er in China grote vangsten gedaan

Hoe hoog, blijkt uit een recent groot internationaal onderzoek in Afrika dat bekostigd werd door Paul Allen, de medeoprichter van Microsoft. Uit dat onderzoek komt onmiskenbaar naar voren dat tussen 2007 en 2014 rond de 140.000 Afrikaanse olifanten, oftewel een derde van de totale populatie, het leven gelaten heeft.

Paul Allen zet zich al jaren in om de handel in illegaal ivoor te stoppen

Overigens is de situatie niet in alle landen even slecht. In Zuid-Afrika, Oeganda en delen van Malawi en Kenia gaat het relatief goed en groeit de olifantenpopulatie zelfs iets. Maar in andere landen, waaronder Angola, Mozambique en Tanzania is het op dit moment dweilen met de kraan open. Stropers zijn veruit het belangrijkste probleem. Maar bevolkingsgroei en de inperking van habitat speelt ook een steeds belangrijker rol.

Afrika worstelt met de vraag hoe het de illegale ivoor handel moet stoppen 

Al in de prehistorie werd de mens gefascineerd door ivoor en die voorliefde is in latere periodes alleen maar sterker geworden. Met een gemiddelde lengte van 3 meter en een gewicht van 75 kg kan een beetje kunstenaar goed uit de voeten met de slagtand van hetzij een Afrikaanse, hetzij een Indiase olifant.

 Mammoettand met prehistorische gravures

De oude Grieken en Romeinen hadden dat goed begrepen. Hoewel bij de bewerking van slagtanden vanwege de natuurlijke kromming vlakke, fineer-achtige plaatjes van maximaal 40 cm konden worden gemaakt, slaagde men er toch in om indrukwekkende kunstwerken te maken door dergelijke plaatjes aan elkaar te verbinden. Zo produceerde de Griekse meesterbeeldhouwer Phidias reeds in de vijfde eeuw voor Chr. standbeelden van Athena en Zeus die meer dan 12 meter groot waren en die, rond een houten kern, geheel met goud en ivoor overdekt waren.

Hoofd van Athena, gemaakt door een leerling van Phidias, nu in Athene

De Romeinen konden hierbij natuurlijk niet achterblijven. Zij vervaardigden het ultieme luxegeschenk, zoals op de foto afgebeeld. Het zijn schrijfboekjes die erg lijken op onze moderne iPad of tablet, met aan de buitenkant een ivoren, rijk gedecoreerde hoes, en aan de binnenkant een plaatje van was, waarop geschreven kon worden, maar dat ook weer kon worden uitgewist.

Diptiek (schrijfblokje) van Anastasius Probus, ook consul. 

En voor diegenen die dit niet konden betalen? Daarvoor maakten dezelfde kunstenaars vergelijkbare producten, maar dan van gewoon dierenbot. Dat bewerkten ze zo goed dat het vaak niet van echt ivoor te onderscheiden was. Soms is een vervanging voor een schijnbaar unieke grondstof dus best eenvoudig en, zoals hieruit blijkt, ook al lang en breed voorhanden.

Meer weten over dit soort ivoren schrijfboekjes, bekijk dan de volgende video: