De menselijke trekken van de hond

Dit aardewerken drinkvat (rhyton) wordt toegeschreven aan de Griekse schilder Brygos, een meester in rood-figurige keramiek uit de vijfde eeuw v.Chr, nu in het archeologisch museum in Aleria, Corsica

Wie heeft in de loop van de geschiedenis nu eigenlijk wie getemd? Heeft de mens het dier gedomesticeerd? Of heeft juist het dier zich uit eigen beweging, bij wijze van briljante evolutionaire strategie, aan de mens aangepast om op die manier zijn eigen overleven zeker te stellen?

Zo snel ging het waarschijnlijk niet….

Het is een vraag die onderzoekers nog altijd verdeelt. Met name dankzij genetisch onderzoek komen over deze kwestie steeds weer nieuwe gegevens ter beschikking, maar ondanks dat blijven veel cruciale zaken vooralsnog onopgelost. Dit blijkt vooral uit recent onderzoek naar de herkomst van onze trouwste metgezel, en tegelijk ook het oudste gedomesticeerde en meest doorgefokte dier op aarde: de hond.

Honden begonnen zich waarschijnlijk zo’n 40000 tot 20000 jaar geleden definitief van wolven te onderscheiden

Honden begonnen zich al zo’n 40000 tot 20000 jaar geleden definitief van wolven te onderscheiden. Hoe dat precies in zijn werk ging, is ondanks veel nieuw onderzoek nog altijd een punt van discussie.

Grotschildering met daarop mens en hond (wolf?), te zien in het Newgrange Monument in Ierland

Sommige onderzoekers zijn van mening dat de wolf voor het eerst hond werd in Azië. Anderen denken dat die ontwikkeling tegelijkertijd ook in Europa plaatsvond. Sommige wetenschappers gaan ervan uit dat het hierbij om een eenmalige gebeurtenis ging.

Het kunstwerk ‘Domestikator’ van Joep van Lieshout, recent geplaatst recht voor het Centre Pompidou in Parijs.  Of domesticatie zo in zijn werk ging is natuurlijk maar de vraag…

Volgens anderen vond die domesticatie daarentegen juist meermaals en op verschillende plekken plaats. En nog weer andere wetenschappers benadrukken dat honden hun succes te danken hadden aan het feit dat ze, in tegenstelling tot wolven, ook zetmeel leerden te verteren. Vanaf dat moment kon de hond een traditionele vleesmaaltijd overslaan en zich voeden met allerlei hapjes die hij in zijn nieuwe menselijke leefomgeving aantrof.

Griekse oliekruik (lekythos) met daarop de jager Kephalos en zijn hond

Misschien nog wel het meest fascinerend in dit kader is een onderzoek dat het genoom van 161 – van de in totaal 400 – hondenrassen in kaart heeft gebracht, en die in 23 gemeenschappelijke vooroudergroepen heeft weten onder te verdelen. Uit dat onderzoek bleek dat in het verleden altijd is gefokt op functie. Fokken op variëteit en mooie snuitjes is daarentegen vooral een ontwikkeling van de laatste tweehonderd jaar.

De Cockerspaniël heeft een agressiestoornis!

Verder hebben honden vaak last van dezelfde ziektes als de mens. In 90% van de gevallen zijn daarbij ook nog eens dezelfde genen in het spel. Maar omdat het bij honden veel gemakkelijker is om vast te stellen welke genen daarbij precies een rol spelen, kan men via genetisch onderzoek bij de trouwe viervoeter sneller dan bij de mens opsporen welke regio van het genoom een rol speelt bij ziektes zoals epilepsie, kanker, diabetes en nierziektes. Mogelijk geldt dat zelfs voor geestelijke aandoeningen. Wie weet gaat de studie van de woedeaanvallen van de cockerspaniël binnenkort helpen bij het bepalen van de herkomst van bipolaire stoornissen bij de mens.

Meer weten over de domesticatie en evolutie van de moderne hond? Bekijk dan de volgende documentaire: