Romeinse broeikasgassen

Ontdekking van een Romeins waterrad uit de mijnen te Rio Tinto, Andalusië, Spanje

Vorige week ging het in deze blog over de bloei van de Romeinse economie en over de bekende uitdrukking ‘geld stinkt niet’. Die uitdrukking kwam in zwang toen keizer Vespasianus (69-79 n. Chr.) belasting begon te heffen op het geld dat verdiend werd bij de exploitatie van dergelijke openbare toiletten. De eigenaren van deze publieke gemakken verkochten de opgevangen urine door aan bedrijven die deze substantie weer als grondstof konden gebruiken, zoals leerlooierijen.

Toielet

Reconstructie van een Romeins openbaar toilet

Vespasianus, die sowieso een inhalig type was, wilde van dat economische verkeer dus een graantje meepikken. Toen zijn zoon Titus opmerkte dat hij zo’n pisbelasting weerzinwekkend vond, duwde Vespasianus hem een munt onder de neus met de vraag: ‘Stinkt dit?’ Daarop moest Titus wel ontkennend antwoorden. Zo kwam de beroemde uitdrukking tot stand.

Vespas

Gouden munt (aureus) van keizer Vespasianus met een personificatie van Fortuna (geluk) op de achterzijde

Maar het verhaal van Vespasianus’ vrekkigheid heeft ook nog andere sporen in ons collectieve geheugen nagelaten. In Italië en ook in Frankrijk worden urinoirs nog altijd ‘vespasiani’ respectievelijk ‘vespasiennes’ genoemd.

Overigens komt het beste bewijs voor de bloei van de Romeinse economie uit onverwachte hoek, namelijk uit Groenland. Bij onderzoek van boorkernen uit de Groenlandse ijskappen in de jaren negentig bleek dat er in de periode van 400 v.Chr. tot 300 n.Chr. een enorme toename was in de hoeveelheid lood -en koperdeeltjes in de atmosfeer, met een piek in de jaren vlak voor de regering van keizer Vespasianus.

Lood

 Overzicht van loodproductie door de eeuwen heen

Dergelijke luchtvervuiling was het directe gevolg van grootschalige mijnbouw, zoals bij de Romeinse lood- en zilvermijnen te Rio Tinto in de Zuid-Spaanse regio Andalusië. Omdat de bewerking van de gedolven erts in de open lucht plaatsvond, kwam er veel fijnstof  vrij. Een deel daarvan kwam via de troposfeer en via neerslag in het noordelijke Groenland terecht.

Riotintoagua

De Rio Tinto in Zuid-Spanje waar vanaf de prehistorie mijnen waren. De rode kleur van het water wordt veroorzaakt door het hoge ijzergehalte

Ook de uitstoot van methaan — een broeikasgas — nam ten gevolge van de grootschalige mijnbouw in de eerste eeuw n.Chr. exponentieel toe. Zo leidde het economisch succes van de Romeinen mondiaal tot ongekende vervuilingsniveaus, die pas in de tijd van de Industriële Revolutie en daarna overtroffen zouden worden.

BM wiel

Romeins waterrad uit de mijnen van Rio Tinto, nu in het British Museum te Londen

Meer weten over mijnbouw bij de Romeinen? Lees dan: Alfred M. Hirt, Imperial Mines and Quarries in the Roman World: Organizational Aspects 27 BC-AD 235 (Oxford: Oxford U.P., 2010).

Meer zien over de geschiedenis van de Romeinse mijnbouw? Kijk dan naar dit korte filmpje over Amerikaans onderzoek in Jordanië: