Romeins Nieuwjaar

Goudglas met afbeelding van het offer van Izaäk (4e eeuw n. Chr.)

Het nieuwe jaar begint bij ons altijd met de beste wensen en natuurlijk met allerlei mooie voornemens. Bij de oude Romeinen was dat tweeduizend jaar geleden al niet anders. Het Romeinse nieuwe jaar begon op 1 januari. De Romeinen gaven elkaar bij die gelegenheid geschenken zoals bijvoorbeeld de zogenaamde “Nieuwjaars-lampen.” Dat waren terracotta lampjes waarop toepasselijke spreuken waren aangebracht zoals “moge het nieuwe jaar u voorspoed, geluk en zegen brengen.” Dat dergelijke lampen erg  populair waren, blijkt wel uit het feit dat ze overal in het Romeinse Rijk door archeologen zijn teruggevonden, niet alleen in Italië, maar bijvoorbeeld ook in Hongarije en in Jordanië.

 Lamp

Romeinse Nieuwjaars-lamp met afbeelding van Victoria (overwinningsgodin), inscriptie en munten

De meest populaire Nieuwjaars-gift bij de Romeinen waren echter niet dit soort lampen en ook niet geliefde zoetigheden zoals dadels en vijgen, maar geld. Wie het kon betalen gaf gouden munten aan zijn vrienden en kennissen. Mensen die krapper bij kas zaten, recycleden oude bronzen munten die vaak voorzien waren van een afbeelding van de god Janus (de god Janus heeft een dubbel gezicht en kijkt zodoende tegelijkertijd naar verleden en toekomst).

 Uni Mainz Magazin Antike Münzsammlung

Bronzen as (munt) met afbeelding van de dubbel-koppige Romeinse god Janus

In het oude Rome werden Nieuwjaarscadeaus gegeven op basis van wederkerigheid: van degene die ontving, werd ook weer verwacht dat hij of zij gaf. Dat liep overigens niet altijd goed af. De Romeinse keizer Tiberius, die van huis uit al geen vrolijk Fransje was, kreeg bijvoorbeeld zo genoeg van genoemde verplichting dat hij zich begin januari steevast uit de voeten maakte en er de rest van de maand ook nog eens een slecht humeur aan over hield. Zijn opvolger Caligula daarentegen maakte van de nood een deugd: op 1 januari zou hij zich steevast voor zijn paleis hebben geposteerd om zo de munten uit de handen van zijn feestvierende onderdanen te kunnen grissen.

 Emperor-Tiberius

Portret van de Romeinse keizer Tiberius (regeerde van 14-37 n. Chr.)

Hoewel christelijke schrijvers dit soort praktijken al snel als iets typisch heidens gingen veroordelen, bevat nota bene het Vaticaans museum een interessante collectie die laat zien dat Nieuwjaarscadeaus in de antieke wereld nog lang populair bleven. Het betreft hier een verzameling van zogenaamde goudglazen. Dat zijn bodems van glazen kommen die bestaan uit een dubbele laag glas met daartussen afbeeldingen die uitgesneden zijn in bladgoud. In de vierde eeuw n.Chr. werden dergelijke kommen weggeschonken, onder andere bij de viering van het nieuwe jaar.

gglass

Goudglas met afbeelding van echtpaar dat door Jezus in de echt wordt verbonden

Wat al deze goudglazen—er zijn er in totaal zo’n 500 overgeleverd—zo interessant maakt is dat er zowel heidense, vroegchristelijke als joodse thema’s op voorkomen. Dat suggereert dat genoemde bevolkingsgroepen in de vierde eeuw n. Chr. op een vergelijkbare wijze de viering van het nieuwe jaar inluidden. Ongetwijfeld ging dat met veel feestgedruis gepaard want  veel van die glazen bodems dragen bovendien ook nog eens het opschrift: “Drink opdat je moge leven.” Toen zoals nu zonder meer een passend begin voor het nieuwe jaar.

Jgodglass

Joods goudglas met afbeelding van onder andere een menora en kast met Tora-rollen

Meer weten over hoe het Romeinse jaar in elkaar zat? Lees dan Jörg Rüpke, The Roman Calendar from Numa to Constantine: Time, History and the Fasti (Chichester: Wiley-Blackwell, 2011).

Meer zien over hoe de Romeinen glas maakten? Kijk dan naar dit filmpje: