Mozaïekvloer met slaven

Mozaïekvloer uit Dougga (Tunesië) met afbeelding van twee slaven die amforen dragen

Vormt economische ongelijkheid een bedreiging voor toekomstige economische groei c.q. voor onze democratische maatschappij als geheel? Recente onderzoeksrapporten van zowel het World Economic Forum, het IMF als Oxfam menen dat het antwoord op die vraag “ja” moet zijn. De discussie over dit soort vragen wordt dezer dagen echter vooral aangewakkerd door Thomas Piketty’s Capital in the Twenty-First Century. Die studie bevat een indrukwekkende hoeveelheid historische documentatie die erop wijst dat op dit moment inkomsten uit bezit aanzienlijker sneller toenemen dan inkomsten uit werk. Hierdoor ontstaat een nieuwe renteniersklasse die zijn opgehoopte geld niet per definitie gebruikt om nieuwe banen te creëren. Daardoor krijgt de middenklasse het steeds moeilijker. Piketty is dan ook voorstander van meer belasting voor de superrijken.

Pikgraf

Verhouding tussen de opbrengst uit kapitaal versus de opbrengst uit werk volgens Piketty

Uit het onderzoek van Oxfam blijkt dat de 85 rijkste personen op aarde inmiddels evenveel bezit hebben vergaard als de helft van de wereldbevolking (3,5 biljoen mensen) samen. Overigens is het niet de eerste keer in de geschiedenis dat er zulke enorme verschillen bestaan in de onderlinge bezitsverhoudingen. In het Romeinse Rijk ging het er al net zo aan toe. Zo weten we dat ook toen al 80% van het grondbezit (de belangrijkste vorm van bezit) in handen was van maar 20% van de bevolking.

Het Romeinse voorbeeld laat verder zien dat dergelijke bezitsverhoudingen vaak gepaard gaan met een extreem gestratificeerde samenleving: naast een puissant rijke en politiek almachtige bovenlaag (1,2 tot 1,7%) kende de Romeinse maatschappij ook een welvarende middenklasse. Die middenklasse was echter klein (tussen de 6 en 12%). De overgrote meerderheid van de bevolking (86-93%) was daarentegen met weinig anders bezig dan met overleven.

 neumagen

Romeins relief met afbeelding van wijn-transport (Rheinisches Landesmuseum Trier)

Als het niet lukte om de eindjes aan elkaar te knopen, hetgeen in de Romeinse wereld nogal eens voorkwam, kon je jezelf verkopen. Onvrije arbeid c.q. slavernij was een integraal onderdeel van hoe de Romeinen hun maatschappij hadden ingericht. 10-15% van de totale bevolking was slaaf. 50% van alle slaven was in bezit van de uiterste kleine toplaag. In die kringen waren huishoudens met honderden slaven dan ook geen uitzondering. Mensen met daarentegen slechts één of twee slaven werden beschouwd als personen die balanceerden op de rand van de economische afgrond.

slavenhalsbandRomeinse slavenhalsband met de tekst: Voorkom dat ik ontsnap en breng me terug naar mijn meester Viventius

Het Romeinse voorbeeld laat zien hoe een maatschappij eruit ziet als er geen sociaal vangnet is, er geen verstandig economisch beleid gevoerd wordt en de overheid grotendeels afwezig is. Maar in één opzicht kunnen we toch nog iets van de Romeinen leren. De enorme Romeinse badhuizen, theaters en andere grote infrastructurele werken die ook tegenwoordig nog gezichtsbepalend zijn in de landen rondom de Middellandse Zee zijn stuk voor stuk betaald door rijke Romeinen die op deze manier een deel van hun bezit naar de maatschappij lieten terugvloeien. Het is geen toeval dat de bloeiperiode van het Romeinse Rijk samenvalt met de tijd waarin dergelijke investeringen op hun hoogtepunt waren. Piketty’s idee om een dergelijk systeem ook  nu weer op te tuigen via het belastingstelsel, krijgt zo nog een extra fundament.

Meer weten over de relatie van slavernij en economie in de Romeinse wereld? Lees dan het wetenschappelijke maar desalniettemin zeer leesbare boek van Kyle Harper, Slavery in the Late Roman World, AD 275-425 (Cambridge: Cambridge UP, 2011).

Meer zien over de Romeinse mozaīken van Tunesië, ooit bekostigd door rijke Romeinen? Bekijk dan dit filmpje.