Hoe om te gaan met klimaatverandering

Door temperatuurstijging kwam de jak in vroegmiddeleeuws Tibet steeds meer in het gedrang, Petroglief met jak en mantra, 500-1000 n. Chr., Tibet, regio Changthang

Omdat klimaatverandering een constante factor is in de geschiedenis van onze planeet, zijn wij niet de eerste mensen in de geschiedenis die geconfronteerd worden met de vraag hoe daar mee om te gaan. Dankzij almaar gevarieerder datasets en met behulp van verschillende computermodellen komen we steeds meer te weten over hoe onze voorgangers klimaatverandering het hoofd probeerden te bieden. Het verleden blijkt een boeiend archief waaruit we kunnen putten om na te gaan welke oplossingen door de eeuwen heen wel, en welke oplossingen niet hebben gewerkt.

Arctische ijskernen zijn een onmisbare bron van informatie om klimaatveranderingen in het verleden te kunnen reconstrueren  

 Een paar voorbeelden. Om te beginnen met het meest voor de hand liggende: op allerlei plekken en gedurende allerlei periodes lijkt er telkens weer een direct verband te bestaan tussen klimaatverandering en migratie. Of het nu onze prehistorische trektocht ‘out of Africa’ betreft, of de oorspronkelijke migratie van de mens naar Noord-Amerika: klimatologische omstandigheden bepalen steeds opnieuw of en wanneer de mens aan de wandel gaat.

DNA wordt gebruikt om deze vroege migraties en menselijke bewegingen vast te kunnen stellen

Maar wat gebeurde er dan met samenlevingen die niet migreerden, en die zich ter plekke aan klimaatverandering probeerden aan te passen?

De klimaatverandering in Egypte viel samen met de zogenaamde ‘Early Dynastic Period’ die duurde van 3150 tot 2686 v. Chr., Relief uit Hierapolis, Egypte.

In Egypte leidde in 3000 v.Chr. een droger wordend klimaat, gecombineerd met bevolkingsgroei, tot het uitsterven van de meeste grotere zoogdieren, met grote gevolgen voor de voedselketen. De Indus-beschaving, die zich min of meer gelijktijdig ontwikkelde in wat nu Pakistan is, deed het in dat opzicht beter. Daar was altijd al sprake van veel variëteit in de landbouwproducten die er verbouwd werden. Daardoor kon men daar klimaatschommelingen aanzienlijk beter opvangen.

Overblijfselen van de ‘Indus-beschaving’: de zogenaamde Mohenjo-Daro ruïnes in de provincie Sindh in het huidige Pakistan 

Hoe belangrijk gevarieerde landbouw was, ontdekten ook de boeren op de Tibetaanse hoogvlakte. Toen in 2100 v.Chr. de temperatuur ineens sterk daalde in het Himalaya-gebergte, kwamen ze in moeilijkheden bij het verbouwen van gierst, hun traditionele oogstproduct. De oplossing werd gevonden in het introduceren van gewassen zoals tarwe en gerst, die beter tegen de kou bestand waren. In Arizona pakten de Hopi-indianen het weer anders aan: ze veredelden maïs, zodat die bij iedere nieuwe oogst steeds een beetje beter tegen de droogte kon.

Negentiende-eeuwse archieffoto van een Hopi-indiaan die de maïsoogst inzamelt.

De meest interessante en voor ons ook meest relevante respons komen we echter tegen bij de Native Americans in het zuidwesten van de VS, en ook de pastorale samenlevingen in Mongolië. Beide culturen kwamen er onafhankelijk van elkaar achter dat je in periodes van omgevingsstress kunt overleven door op groepsniveau zoveel mogelijk met elkaar te delen, en door te beschikken over sterke sociale netwerken.

Meer weten over de belangrijkste bron die archeologen en klimaatwetenschappers tot hun beschikking hebben om de ontwikkeling van het klimaat in het verleden te kunnen reconstrueren? Bekijk dan de volgende korte video: