Het tijdperk van de angst

Stadsmuur van Rome, gebouwd tussen 271 en 275 n. Chr. onder keizer Aurelianus

Bent u dezer dagen toevallig in Rome? Dan kunt u van die gelegenheid gebruik maken om in de Capitolijnse Musea een kijkje te nemen bij een tentoonstelling die gewijd is aan het “tijdperk van de angst.” Bij deze expo staat een periode in de Romeinse geschiedenis centraal die gekenmerkt werd door bedreigingen die sterk doen denken aan de internationale problemen waarmee wij op dit moment zelf te maken hebben.

Het tijdperk van de angst begon voor de oude Romeinen met een enorme pestepidemie die in de loop van de tweede eeuw n. Chr. overal in het Mediterrane gebied zijn sporen naliet. Rond 200 n. Chr. volgde er een klimaatomslag. Het werd kouder en er viel minder neerslag. Daardoor kwam de oogsten onder steeds grotere druk te staan.

Catacombes Rome

Massagraf in de Marcellino e Pietro catacombe, ontdekt in 2003, mogelijk met de slachtoffers van de grote pestepidemie van 165-180 n. Chr.

Vanaf 235 n. Chr. leek het Romeinse Rijk in een vrije val te geraken. De bestuurlijke continuïteit kwam in gevaar toen de Romeinse legers overal hun favoriete aanvoerders met het keizerlijke purper begonnen te bekleden. Grootschalige fragmentatie was het gevolg. Dit was de tijd waarin de eigenzinnige koningin Zenobia vanuit haar thuisbasis te Palmyra in Syrië met een eigen leger huishield tot in Turkije en Egypte aan toe.

Afb. 3

Schilderij van Herbert Gustave Schmalz getiteld Koningin Zenobias laatste blik op Palmyra

Maar dat was nog niet alles. Gotische legers trokken de Donau-grens over. Ze plunderden er overal op de Balkan hevig op los. De stad Athene kreeg het zwaar te verduren. De interne onrust werd verder aangewakkerd doordat de christelijke gemeenschap werd vervolgd. Dat gebeurde niet omdat de christenen een gevaar vormden voor de staat, maar omdat ze als een vijfde colonne werden beschouwd.

Een dergelijke samenloop van omstandigheden deed de Romeinse economie in haar geheel weinig goed: geld werd steeds minder waard en overal rees de inflatie de pan uit.

In 1965 probeerde de Ierse classicus E.R. Dodds de maatschappelijke impact van deze ontwikkelingen cultureel te duiden in zijn beroemd geworden boek Pagan and Christian in an Age of Anxiety. Die titel was geïnspireerd op het gedicht The Age of Anxiety waarmee Dodd’s goede vriend W.H. Auden in 1948 de Pulitzer Prijs had gewonnen.

k9412

Volgens Dodds resulteerde het tijdperk van de angst in een afkeer van het wereldse en een zoektocht naar het spirituele. In zijn woorden: “Miserie en mysterie zijn gerelateerde feiten.”

Archeologen hebben geprobeerd die omslag ook in de kunst van die tijd terug te lezen. Zo werd in die periode door kunstenaars de iris in het oog bewust zwaar aangezet, waardoor standbeelden inderdaad dromerig en angstig de verte in lijken te staren.

Afb. 4

Portretbuste van keizer Trajanus Decius, 249-251 n. Chr., Capitolijnse musea, Rome

Als je echter nog wat beter kijkt, valt op dat veel van de portretkoppen die nu in Rome te zien zijn niet zozeer angst, maar vooral zelfvertrouwen en ambitie uitstralen. Dat is niet zo gek want het waren juist die kwaliteiten die ervoor zorgden dat de Romeinen hun Rijk na 80 jaar ellende uiteindelijk toch weer op de rails kregen.

Afb. 5

Portret van verguld brons, mogelijk keizer Aurelianus, 268-275 n. Chr., uit Brescia

Meer weten over de crisis van de derde eeuw? Lees dan de tentoonstellingscatalogus  L’età dell’angoscia Da Commodo a Diocleziano (180-305 d.C.). Of lees het boek van E.R. Dodds, Pagan and Christian in an Age of Anxiety (Cambridge: Cambridge U.P., 1991).

Meer zien over de problemen van het Romeinse Rijk? Kijk dan naar deze documentaire, gelardeerd met gedramatiseerde reconstructies: