Het knekelkistje van Kajafas

Het knekelkistje (ossuarium) van Kajafas, vindplaats: Jeruzalem, Israël

‘Ja nicht auf das Fest, auf daß nicht ein Aufruhr werde im Volk. Liefhebbers van de Matthäus Passion van Johann Sebastian Bach zullen deze frase onmiddellijk herkennen als het eerste van een aantal korte, opstuwende koordeeltjes die de componist door zijn hele lijdens-oratorium heen vlocht. Bach zet bij deze strofe een dubbelkoor in, om zo de heftigheid te onderstrepen van een discussie die is losgebarsten in het huis van de hogepriester Kajafas: hoe kan Jezus het beste gearresteerd worden? In het lijdensverhaal is dus niet Pontius Pilatus maar juist deze Kajafas de kwade genius.

Johann Sebastian Bach’s ‘Matthäus Passion’ werd gecomponeerd in 1727

Omdat het Nieuwe Testament het leven van Jezus uitsluitend beschrijft vanuit een specifiek christelijke invalshoek, is het in historische zin niet altijd gemakkelijk een volledig beeld te krijgen van de omstandigheden die uiteindelijk zouden leiden tot diens veroordeling door de Romeinen. Die situatie draagt eraan bij dat er telkens weer de nodige opwinding ontstaat wanneer er weer eens onafhankelijk historisch bewijs opduikt over bekende personen uit het Nieuwe Testament.

Christus moet verschijnen voor Kajafas; door Giotto (1305), te zien in de Scrovegni kapel van Padua 

Dat geldt zeker voor Kajafas. In 1990 ontdekten Israëlische archeologen bij toeval een graftombe met daarin twaalf knekelkistjes. Eentje daarvan was dubbel ingegraveerd met de naam ‘Jozef, zoon van Kajafas’. Naast het gebeente van een ongeveer 60-jarige man, een vrouw en twee jonge kinderen, werden in het kistje twee spijkers aangetroffen.

Dat het bij deze vondst daadwerkelijk kan gaan om de stoffelijke resten van dé Kajafas is redelijk waarschijnlijk. De leeftijd wijst in die richting, alsmede de meer dan gemiddelde verfijning in de decoratie. Ook helpt het feit dat Kajafas bij leven en welzijn inderdaad ook de naam Josef droeg – die door het Nieuwe Testament overigens wordt weggelaten.

De Aramese inscriptie

Het ultieme bewijs, namelijk een verwijzing naar het hogepriesterschap, ontbreekt helaas. De spijkers bewijzen daarentegen niets. De suggestie dat het hier zou gaan om de nagels waarmee Jezus aan het kruis zou zijn gehamerd, is een hypothese waarvoor geen enkel bewijs is.

Spijkers afkomstig van het kruis van Jezus Christus?

Nakomelingen had Kajafas overigens ook. Sinds 2011 kennen we nog een tweede knekelkistje met daarop de inscriptie ‘Miriam, dochter van Yeshua, zoon van Kajafas, priesters van Ma’azia uit Beth Imri’.

Het knekelkistje van Miriam

Deze Miriam was dus een kleindochter van Kajafas. Klaarblijkelijk was ze trots genoeg op haar priesterlijke afstamming en op de naam Kajafas om die ook expliciet te laten vermelden. Daarmee suggereert deze inscriptie dat Miriam zich haar grootvader een stuk positiever moet hebben herinnerd dan de manier waarop Kajafas door het lijdensverhaal van Jezus de geschiedenis is ingegaan.

Meer weten over de vondst het knekelkastje van Kajafas, bekijk dan de volgende video: