Het graf van Petrus, de eerste paus

Paus Franciscus op bezoek bij het vermeende graf van Petrus onder de St. Pieter

Afgelopen zondag werden in Rome twee pausen heilig verklaard: naast de Poolse Johannes Paulus II (1920-2005) ook de Italiaanse Johannes XXIII (1881-1963). Daarmee geeft de huidige, hervormings-gezinde paus Franciscus een duidelijk signaal af. Conservatisme kenmerkte de laatste jaren van het pontificaat van Johannes Paulus II. Maar Johannes XIII was juist een paus die tegen het eind van zijn leven met het Tweede Vaticaanse Concilie vooral ook naar de toekomst wilde kijken. De vraag is nu hoe ver Franciscus zelf zal gaan bij het uitvoeren van zijn eigen hervormingsplannen.

Alle pausen zien zichzelf als directe opvolgers van de apostel Petrus en zodoende als de hoogste vertegenwoordiger van God op aarde. Volgens de traditie zou Petrus als eerste paus naar Rome zijn gekomen. Daar zou hij in de jaren zestig van de eerste eerste eeuw n. Chr. als martelaar zijn gestorven. Een en ander verklaart waarom pausen in Rome zetelen: iedere paus treedt bij zijn inauguratie telkens opnieuw in de voetsporen van zijn voorganger Petrus, in de meest letterlijke zin van het woord.

peter

Oudste afbeelding van Petrus, in de catacomben van Rome (late 4e eeuw n.Chr.)

Wat is de historische basis voor de kerkelijke Petrus-claim? Is Petrus eigenlijk wel echt in Rome geweest? Het antwoord op die vraag is altijd omstreden geweest. Dat komt omdat in het Nieuwe Testament nergens sprake is van een bezoek door Petrus aan de stad Rome. Sommige kerkelijke archeologen dachten het bewijs voor Petrus’ aanwezigheid in Rome te kunnen vinden onder de St. Pieters-basiliek. Vanaf WO II zijn daar opgravingen uitgevoerd die door de jaren heen op enorme publieke belangstelling konden rekenen.

 opgraving vaticaanl

 Opgravingen onder de St. Pietersbasiliek, midden 20e eeuw

Onder de huidige basiliek ontdekte men bij die opgravingen de resten van een eerdere, vroegchristelijke basiliek uit de tijd van keizer Constantijn (begin 4e eeuw n. Chr.). Daaronder lagen de resten van een nog oudere heidense begraafplaats (1e en 2e eeuw n. Chr.). In die begraafplaats, precies onder het huidige hoofdaltaar van de St. Pieter, werd een eenvoudig graf aangetroffen dat door de opgravers als graf van Petrus werd geïdentificeerd. Die identificatie was gebaseerd op een latere, gefragmenteerde Griekstalige inscriptie met de naam PET… die daar door pelgrims werd achtergelaten. Ook werd in het graf botmateriaal aangetroffen dat tot op de dag van vandaag nooit echt goed is onderzocht.

Petrusfragment Pelgrimsgraffito met resten van de naam Petrus

Zijn dergelijke archeologische vondsten doorslaggevend om definitief vast te kunnen stellen dat Petrus hier ook echt begraven ligt? Nee, geenszins. Maar de moderne wetenschap biedt sinds een paar jaar wel de mogelijkheid om het bewijs veel meer sluitend te maken dan tot dusverre het geval is, door gericht onderzoek te doen naar het gevonden botmateriaal. Met behulp van de C14 dateringstechniek kan de oudheid van de botten precies worden bepaald. Met DNA-onderzoek kunnen de genetische kenmerken en zodoende de herkomst in kaart worden gebracht. En zo zijn er nog een paar andere technieken om vast te stellen of we hier inderdaad te maken hebben met iemand die afkomstig was uit het oostelijk deel van de Middellandse Zee.

Zal paus Franciscus ooit opdracht geven tot het uitvoeren van een dergelijk onderzoek? Dat is op dit moment onduidelijk. Zo’n onderzoek zou niet alleen in wetenschappelijke zin tot baanbrekende resultaten kunnen leiden. Het zou ook het ultieme bewijs zijn dat de Rooms-Katholieke kerk zowel de toekomst als het verleden met hernieuwd zelfvertrouwen tegemoet treedt.

Meer weten over de geschiedenis van de pausen? Lees dan: Frans Willem Lantink en Jeroen Koch, De paus en de wereld. Geschiedenis van een instituut (Amsterdam: Boom 2012).