Epidemie-slachtoffers uit Luxor

Luchtfoto van Luxor

In West-Afrika is momenteel weer sprake van een uitbraak van het ebola-virus. Vooral voor de direct betrokkenen is het beangstigend om te zien hoe snel dit soort virussen om zich heen kunnen grijpen en epidemische vormen kunnen aannemen.

Toch zijn epidemieën door de hele geschiedenis heen altijd al een vast onderdeel geweest van de “condition humaine.” Het bekendste voorbeeld is ongetwijfeld de Zwarte Dood die vanaf 1346 in heel Europa huishield en daar tientallen miljoenen slachtoffers maakte. Maar ook daarvoor al, in het Athene van de staatsman Pericles (in 430 v. Chr.), het Rome van keizer Marcus Aurelius (vanaf 165 n. Chr.) en het Constantinopel van keizer Justinianus (vanaf 541 n. Chr.) leidden respectievelijk omvangrijke tyfus –en pokkenepidemieën alsmede uitbraken van de builenpest tot een decimering van de bevolking en tot een vergaande verstoring van de maatschappelijke verhoudingen.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Ruiterstandbeeld van keizer Aurelius (Capitolijns museum, Rome)

Archeologische ontdekkingen spelen een belangrijke rol bij het nader in kaart brengen van de precieze aard van dit soort historische epidemieën. Zo publiceerde de Italiaanse egyptoloog Francesco Tiradritti twee weken geleden de resultaten van zijn onderzoek naar de zogenaamde tombe van Harwa en Akhimenru in Luxor—het oude Thebe in Zuid-Egypte. Bij dat onderzoek bleek dat de genoemde tombe die nog uit de 7e eeuw v.Chr. stamt duizend jaar later was hergebruikt om een groep gecremeerde overledenen haastig en op een grote hoop bij elkaar te begraven.

Tombe Harwa-2

Plattegrond van de tombe van Harwa en Akhimenru

Deze manier van begraven alsmede het feit dat de doden ter ontsmetting met gebluste kalk waren toegedekt, leidde tot de conclusie dat hier om slachtoffers van een epidemie moest gaan. De specifieke pathogenen waarmee de slachtoffers geïnfecteerd zijn geweest, zijn helaas niet geïdentificeerd want het Italiaanse team heeft geen DNA-onderzoek op het botmateriaal gedaan.

Harwa

Resten van het ontdekte graf van epidemie-slachtoffers

Overigens weerhield dat de Amerikaanse nieuwszender CNN er niet van om in hun berichtgeving het historische belang van deze vondst onmiddellijk op te kloppen. Daarbij werd een oude theorie van stal gehaald die beweert dat het vroege Christendom een belangrijk deel van zijn groei juist aan dit soort epidemieën te danken had. Deze theorie poneert namelijk dat de eerste Christenen hun zieken uitstekend verzorgden waardoor deze een grotere overlevingskans hadden dan niet-Christenen. Op die manier nam het Christendom snel in omvang toe, niet alleen in numeriek-demografische zin, maar ook omdat het vanwege de betere ziekenzorg grote groepen nieuwe bekeerlingen wist aan te trekken.

Via Latina

Anatomische les met Jezus omgeven door zijn apostelen (hypogeum van de Via Latina, Rome)

Leidde de vroegchristelijke naastenliefde er inderdaad toe dat binnen die gemeenschap epidemie-uitbraken succesvoller werden beteugeld dan bij hun tijdgenoten? Uit mijn eigen archeologische onderzoek in de catacomben van Rome komt naar voren dat dit geenszins het geval was. Uit een grootschalige vergelijking van de gemiddelde levensverwachting in heidense, joodse en vroegchristelijke kring blijkt dat de gemiddelde overlevingskans voor christenen niet groter was dan die bij de andere twee groepen. Dat is ook logisch want zonder geavanceerde medische zorg kan geen enkele bevolkingsgroep zich goed tegen epidemische ziektes beschermen.

Aeneas

Wandschildering uit Pompeï met arts die de Trojaanse held Aeneas behandelt

Hoewel de theorie van vroegchristelijke groei dankzij goede ziekenzorg dus verworpen moet worden, stond het vroegchristelijke ideaal van naastenliefde desalniettemin aan de basis van een instelling die vandaag de dag een belangrijke rol speelt in ons leven en in het maatschappelijk debat, namelijk het ziekenhuis. De eerste ziekenhuizen ontstonden in Europa in de periode van de overgang van Oudheid naar Middeleeuwen en zijn in oorsprong een christelijke vinding.

Meer weten over de theorie dat het vroege Christendom zijn groei te danken heeft aan betere gezondheidszorg? Lees dan: Rodney Stark, The Rise of Christianity: A Sociologist Reconsiders History (Princeton: Princeton U.P., 1996).

Meer zien over hoe archeologisch onderzoek een nieuw licht kan werpen de oorsprong van bepaalde ziektes? Kijk dan naar deze boeiende TEDx: