Een Leeuwenpoort naar alle windstreken

De leeuwenpoort van Mycene stamt uit de 13de eeuw v.Chr.

In de late Bronstijd, vanaf 1600 v. Chr., speelde Griekenland zo’n vijfhonderd jaar lang een rol van aanzienlijke regionale betekenis. Het was de tijd van de Myceense beschaving. Die is vernoemd naar wat uiteindelijk het belangrijkste stedelijke centrum van die cultuur zou worden, de stad Mycene, gelegen op de noordoostelijke Peloponnesos.

Mycene was een van de drie grote paleizen op de Peleponnesos

Wie heden ten dage de opgravingen van Mycene bezoekt, zal weinig moeite hebben zich voor te stellen dat de handelscontacten van deze machtige nederzetting zich weldra uitstrekten tot Egypte en de Levant in het Oosten en Zuid-Italië en Spanje in het Westen. De machtige citadel, met zijn enorme en nog altijd zeer indrukwekkende muren, spreekt wat dat betreft ook vandaag de dag nog altijd boekdelen.

De imposante citadel van Mycene

Dat geldt overigens ook voor de beroemde en iconische leeuwenpoort die toegang verschaft tot de centrale burcht. Omdat het een van de oudste monumentale reliëfs uit Europa betreft, hebben de beide leeuwen die erop staan afgebeeld altijd al de nodige aandacht getrokken. De Griekse schrijver Pausanias, die in de 2e eeuw n. Chr. uitgebreid door Griekenland reisde en er een verslag van schreef dat nog altijd de moeite van het lezen waard is, vond het leeuwenreliëf van Mycene destijds al zo indrukwekkend dat hij de vervaardiging ervan toeschreef aan Cyclopen, oftewel reusachtige monsters uit de Griekse mythologie.

Volgens Pausanias zouden alleen Cyclopen dit soort imposante muren hebben kunnen oprichten

Voor moderne onderzoekers is die verklaring natuurlijk niet meer afdoende. Toch blijft dit reliëf ook hen fascineren. Uit recent Amerikaans onderzoek blijkt dat de heraldiek, die de compositie kenmerkt, typisch is voor de kunstpraktijken van het Griekse vastenland en de Egeïsche eilanden. De zuil die de leeuwen flankeren tapt daarentegen eerder uit de Minoïsche oftewel oud-Kretenzische traditie. En de gebruikte beeldhouwtechniek kan op basis van gedetailleerd sporenonderzoek terug worden gevoerd op tradities die juist weer Hettitisch zijn, dat wil zeggen helemaal uit het oude Anatolië geïmporteerd. Er is hier dus sprake van een complex samenspel van factoren, en het is precies deze culturele interconnectiviteit die ervoor zorgt dat dit reliëf ook vandaag de dag nog altijd zo’n onuitwisbare indruk maakt.

De Leeuwenpoort van Hattusha (Turkije), de hoofdstad van de Hettieten.

Tot slot. Mocht u ter plaatse zijn en in een discussie geraken over het reliëf: de afgebeelde beesten zijn leeuwen en geen leeuwinnen. En wat betreft de richting waarin de dieren, wier kop verdwenen is, keken: ze keken elkaar niet aan, maar hadden hun koppen oorspronkelijk naar achter, dus van elkaar af, gewend.

Zelf ook een kijkje nemen bij de leeuwenpoort? Beluister dan alvast het volgende gesprek van twee kunsthistorici: