De plundering van Romeins Libië

Hoofd van Medusa. De arcade rondom de centrale markplaats van Leptis Magna werd gesierd door barokke Romeinse kunst

Vorige week riep de UNESCO alle strijdende partijen in het verscheurde Libië op om de archeologische opgravingen, inclusief het museum van de werelderfgoedstad Sabratha, zoveel mogelijk te ontzien. Het is niet de eerste keer dat de grote Romeinse steden die in Libië liggen, bedreigd worden.

De triomfboog van Leptis Magna

Al in 2011 trok het wetenschappelijke tijdschrift Nature aan de bel, toen het bewind van Ghadaffi op zijn laatste benen liep. Sindsdien is het er alleen maar slechter op geworden. Vorig jaar onthulde een Italiaanse journalist van de krant La Stampa dat een aantal samenwerkende maffia’s – waaronder uiteraard de Italiaanse – automatische wapens en antitankgranaten doorschoven aan vertegenwoordigers van IS, in ruil voor archeologische topstukken van de opgravingen te Sabratha, Leptis Magna en Cyrene. Het was een sterk en dapper staaltje onderzoeksjournalistiek van de meest levensgevaarlijke soort.

Isis nam vrij plotseling de macht over in Oost-Libië

Dat de stukken die nu op de zwarte markt worden aangeboden goed in de smaak vallen van verzamelaars zonder scrupules, daarover kan geen enkele twijfel bestaan. Dat komt omdat ze afkomstig zijn uit een periode waarin het Romeinse Noord-Afrika een enorme artistieke bloei doormaakte, in de late tweede en het begin van de derde eeuw n.Chr. Die bloei vertaalde zich in de volstrekt barokke manier waarop men zowel marmeren beelden als gebouwen vormgaf. De kunstenaars wisten niet alleen wat ze deden, maar gingen ook op in hun eigen creatieve vrijheid. Een vrijheid die kunstliefhebbers tot op de dag van vandaag aanspreekt.

Het wereldberoemde theater van Leptis Magna

Overigens was al deze economische en culturele bloei niet het resultaat van een toevallige samenloop van omstandigheden. Het hing direct samen met het feit dat gedurende deze tijd het keizerschap in handen kwam van een dynastie van Noord-Afrikaanse heersers. Dat begon in 193 n.Chr. toen de eerste van die heersers, de uit Leptis Magna afkomstige Septimius Severus, door Romeinse troepen langs de Donau tot keizer werd uitgeroepen. Hoewel Septimius Severus het grootste deel van zijn carrière elders in het Romeinse Rijk doorbracht, vergat hij zijn geboortestad niet. Een bezoek in 203 of 204 was het startsein voor een uitgebreid bouwprogramma ter plaatse, inclusief een herinrichting van de haven.

Septimius Severus met zijn vrouw en kinderen. Geta (links) is later na de machtsovername van Caracalla (rechts) weg gekrast

Bij dat bouwprogramma werden kosten noch moeite gespaard. Uit Egypte werd graniet aangesleept, en uit Griekenland en Turkije marmer, inclusief handwerkslieden die het konden bewerken. Qua bouwstijl zijn de invloeden uit het Nabije Oosten, en daarmee mogelijk ook van de Syrische echtgenote van de keizer, onmiskenbaar. Dat alles resulteerde in een hoge algemene levensstandaard — eentje die vele malen hoger lag dan de levensstandaard in het geplaagde Libië van vandaag.

Meer weten over Leptis Magna en diens status als Unesco World Heritage Site? Bekijk dan de volgende video: