De Piraten-rabbijn

Resten van slachtoffers van de Portugese inquisitie in het binnenhof van een Inquisitie-gevangenis, Evora, Portugal

Een paar jaar geleden deden archeologen in het Portugese Evora een lugubere vondst. Ze vonden de skeletten van drie mannen en negen vrouwen ingebed tussen nog eens 980 verdere botfragmenten. Al deze mensen waren weggegooid als oud vuil, in de hof van een gebouw dat gediend had als gevangenis van de Portugese inquisitie.

Dit kleine hofje lag vol met botfragmenten

Hoewel er geen grafvondsten aan het licht kwamen die iets konden vertellen over de identiteit van deze onfortuinlijke doden, sprak de locatie als zodanig boekdelen. Waarschijnlijk betrof het hier de stoffelijke resten van veroordeelde “nieuwe christenen.” Vaak ging het bij die groep om bekeerde joden die eerder al uit Spanje verdreven waren en die in Portugal een nieuw leven probeerden op te bouwen.

De Verdrijving van de Joden in 1497, door Alfredo Roque Gameiro (1917)

Vanwege hun internationale handelsnetwerk waren de bekeerde Portugese joden vaak geduchte concurrenten op de zakelijke markt. De inquisitie bleek een effectief middel om dergelijke zakenlieden via de omweg van religie het leven zuur, zo niet onmogelijk te maken. Dat verklaart de ijver van zowel de Portugese koning als de bisschop van Evora om zo’n inquisitie ook in Portugal ingesteld te krijgen.

Koning Jao III nam het initiatief voor de Portugese Inquisitie

De Paus in Rome vermoedde dat er in Portugal oneigenlijke motieven in het spel waren en hield voor een tijdje het noodzakelijke pauselijke fiat tegen dat nodig was om een lokale inquisitie in te richten. Na lang aandringen gaf hij echter toe. In 1536 was de Portugese inquisitie een feit.

Het zegel van de Portugese Inquisitie 

De skeletten in bovengenoemde hof laten zien waartoe dat een paar jaar later al leidde. Niet alleen bij leven, ook na de dood viel de vermeende tegenstanders van de inquisitie geen enkel respect ten deel. Onbewijsbaar maar wel waarschijnlijk is dat het in Evora ging om mensen die beschuldigd werden van joodse religieuze rituelen. Nabestaanden mochten doden in die categorie namelijk niet ophalen om hen vervolgens fatsoenlijk te begraven.

Achttiende-eeuwse afbeelding van de zogenaamde ‘Portugese Synagoge’ in Amsterdam 

De vondsten in Evora illustreren verder waarom Portugese joden weldra ook naar Amsterdam kwamen. Daar konden ze terugkeren tot het geloof van hun voorvaderen. Hoewel de joodse gemeenschap in Amsterdam ook armoede kende, wist de pragmatische Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden hun ondernemingszin, geletterdheid en goede contacten wel naar waarde te schatten.

Man met tulband door Rembrandt, er wordt vaak aangenomen dat het hier om Dom Palache gaat

Aldus verwelkomden de Staten-Generaal ook rabbijnen als Dom Samuel Palache. Die kwam in 1608 vanuit Tetuan aan in Amsterdam als agent van de sultan van Marokko. Twee jaar later bracht hij een handelsovereenkomst tussen beide landen tot stand die de religieuze verschillen tussen beide verdragspartners moeiteloos overbrugde en die specifiek tegen Spanje gericht was. Dat Dom Samuel daarnaast ook nog eens als piraat opereerde die het op Spaanse schepen voorzien had, was bij dat alles natuurlijk mooi meegenomen.

Meer weten over de Portugese Inquisitie en hoe deze vandaag nog zijn sporen heeft nagelaten? Bekijk dan de volgende video: