De kaaskop komt uit de woestijn

Bronstijd graf uit 1200 v. Chr., vindplaats:  Ludas-Varjú-dulo, Hongarije

Bent u lactose-intolerant? Dan bent u in goed gezelschap. Zeker 65% van de wereldbevolking ontbeert het lactase enzym dat nodig is om lactose in ons lichaam op te nemen waardoor het onverteerd in de dikke darm terecht komt, met alle gevolgen van dien. Mensen die wel melk kunnen verdragen, vormen een uitzondering en komen op slechts een paar plekken ter wereld in grotere groepen voor: in Noordwest-Europa, in West-Afrika en in het midden van Saudi-Arabië. Gaande de geschiedenis heeft deze groep een genetische modificatie ondergaan die het hun mogelijk heeft gemaakt om melksuiker wel goed in het lichaam op te nemen.

De boosdoener

Hoe dat proces precies in zijn werk is gegaan, is een vraag die archeologen de afgelopen tijd veel heeft beziggehouden. Onze huidige stand van kennis is als volgt. Er is uiteraard een direct verband tussen het voortbrengen van melkproducten en het ontstaan van de landbouw in de jongere steentijd, zo’n 10.000 jaar geleden. Bij die transitie werden voor het eerst ook op grote schaal dieren gedomesticeerd. Vanaf toen werden ook jonge dieren van het moederdier weggenomen om zo een constante aanvoer van melk te garanderen. Dat bood evolutionaire voordelen, want als de oogst weer eens mislukte was er dankzij de koe –en geitenmelk altijd nog een voedzaam alternatief voorhanden.

Nederland staat al sinds de late middeleeuwen bekent om de zuivelproductie

Op papier was dat een mooie diversificatie in overlevingsmogelijkheden. Toch heeft de integratie van melk in ons dagelijkse eetregime zich maar langzaam voltrokken. In het Europa van de eerste landbouwers is lactose-intolerantie immers nog erg lang de norm gebleven. DNA-onderzoek van skeletten afkomstig uit de grote Hongaarse Laagvlakte uit de periode van 5700 tot 800 v. Chr. laat bijvoorbeeld zien dat die specifieke populatie gedurende deze lange periode opvallend genoeg helemaal geen verdraagzaamheid ontwikkelde voor melk en melkproducten.

Hongaarse laagvlakte

Hoe is de mens er dan uiteindelijk toch in geslaagd dat soort producten aan het dagelijkse dieet toe te voegen? Ten eerste door producten te maken die minder lactose bevatten, zoals kaas en yoghurt. Dat gebeurde al vroeg. Zo is er aardewerk bekend uit Polen uit 7000 v. Chr. dat gebruikt werd om kaas te maken. Dat blijkt uit de vorm, namelijk een soort zeef, alsmede uit het feit dat de kleien wand nog altijd verzadigd was met melkvet.

Pools aardewerk uit 7000 v. Chr. dat werd gebruikt om kaas te maken

De belangrijkste verandering was echter een genetische aanpassing bij de mens zelf die in grofweg deze zelfde periode optrad. Die zorgde ervoor dat sommige landbouwers een tolerantie voor lactose ontwikkelden. Onderzoek van de bijbehorende koeien suggereert dat het hier om mensen ging die vanuit het Nabije Oosten stapsgewijs naar Europa migreerden. Aan die verre voorouders uit de Oriënt hebben we het dus te danken dat wij later in Nederland uiteindelijke zulke enorme kaaskoppen konden worden.

Meer weten over lactose intolerantie in de prehistorie? Bekijk dan het volgende filmpje gemaakt in opdracht van de Universiteit van Dublin: