De basilica cisterne

De basilica cisterne (Yerebatan Saray) in Istanbul, 6e eeuw n. Chr.

De geschiedenis van Nederland is onlosmakelijk verbonden met onze strijd tegen het water. Het is dan ook geen toeval dat Nederland grote internationale vermaardheid geniet voor expertise op waterbouwkundig terrein of dat juist Nederlandse bedrijven een belangrijke rol spelen bij het lichten van het wrak van de Costa Concordia. De strijd tegen het water beïnvloedt zelfs onze identiteit.

Zo is al langer bekend dat de Nederlandse neiging tot polderen—het voortdurend alles met iedereen willen overleggen—voortkomt uit de historische noodzaak om de strijd tegen het water gezamenlijk te voeren. Nieuw daarentegen is het inzicht dat overstromingen in het verleden zelfs in onze genen hun sporen hebben nagelaten, aldus de resultaten van het Nederlandse Genen Project die begin juli werden gepubliceerd. Volgens dat onderzoek is onze genenpoel opvallend divers omdat we vóór de bouw van de dijken in de 13e eeuw telkens opnieuw collectief op de vlucht sloegen als er weer eens sprake was van hoog water. Daardoor kwamen verschillende bevolkingsgroepen intensief met elkaar in contact op een manier die onder normale omstandigheden nooit zo zou hebben plaatsgevonden.

Zeeland

De watersnoodramp in Zeeland in 1953

In het licht van het bovenstaande ligt het voor de hand te denken dat ook het fenomeen water management een typische Nederlandse vinding is. Dat is echter niet het geval. Water management is van alle tijden. Door de geschiedenis heen blijkt er bovendien telkens opnieuw een direct verband te bestaan tussen het lange-termijn succes van samenlevingen enerzijds en verstandig water management anderzijds.

Vanuit historisch perspectief kunnen de oude Romeinen zonder meer als kampioen water management worden aangemerkt. In de grotere urbane centra, waar destijds het gemiddelde watergebruik per hoofd van de bevolking bijna even hoog was als tegenwoordig, hadden zij te kampen met een voortdurend gebrek aan water. De Romeinse ingenieurs gebruikten al hun bouwkundig en hydrologische vernuft om dat water via aquaducten aan te voeren.

Afb.3.

Aquaduct van Valens in Istanboel / Constantinopel, vierde eeuw n.Chr.

Bezoekers aan Istanboel kunnen nog altijd de sporen van de resulterende Romeinse bouwwoede bewonderen. In de vierde eeuw liet de Romeinse keizer Valens in Constantinopel, zoals de stad toen heette, een aquaduct oprichten waarvan de boogconstructies nog altijd opvallend zichtbaar zijn. Het water voor dat aquaduct werd via kanalen uit het achterland aangevoerd, aanvankelijk over een lengte van 150 km. Later werden die aanvoerkanalen uitgebreid tot een totale lengte van 400 km!

Plattegrond

Aanvoer van water (blauwe lijn) naar Constantinopel, plattegrond gebaseerd op archeologisch veldwerk van de universiteit van Edinburgh: www.shca.ed.ac.uk

Eenmaal in Constantinopel aangeland, werd het water opgevangen in enorme reservoirs die voorzien waren met een water-werende coating. De zogenaamde Basilica Cisterne die in Dan Browns Inferno voorkomt, is daarvan de grootste maar niet de enige die het bezoeken waard is. Ook de cisterne van Theodosius  en die van Philoxenos zijn fascinerend voor bezoekers.

Theodosius

Cisterne van Theodosius

De aquaducten en cisternen van Istanboel laten zien dat de Romeinen uitstekend konden rekenen en meten. Vervoer van water over enorme afstanden met zwaartekracht als enige vorm van aandrijving was alleen mogelijk omdat de Romeinen erin slaagden hun aquaducten een gemiddeld verval te geven van niet meer dan 20 of 30 centimeter per kilometer. 1500 jaar geleden was men kennelijk dus ook al vertrouwd met het wetenschappelijke principe: meten is weten.

romanaqueductsdiagram

Romeinse versus moderne watervoorziening

Meer lezen over waterbouw bij de Romeinen? Lees dan het oudste ingenieurs boek ter wereld met een verslag over de waterhuishouding in Rome in de late eerste eeuw n. Chr.: Sextus Julius Frontinus, De aquaeductu

Meer zien over de techniek van de Romeinse aquaducten-bouw. Kijk dan naar deze korte video: