Connectiviteit avant la lettre

De Porta Nigra, één van de Romeinse stadspoorten van Trier, late 2e eeuw n. Chr.

Niet alleen tijd, ook afstand is geld. Daarin schuilt ook het belang van grote infrastructurele projecten zoals de zojuist afgeronde uitbreiding van het Suez kanaal of de constructie van een nieuwe Aziatische zijderoute die gebruik maakt van het spoor. Overigens is de factor afstand niet alleen vanuit economisch perspectief een belangrijke variabele. Ook vanuit historisch oogpunt is het een element dat bij nadere bestudering tot een beter inzicht in de structuur van de geschiedenis kan leiden.

nieuwe kanaal

Werkzaamheden ter verbreding, verdieping en uitbreiding van het Suezkanaal

Dat bleek bij mijn eigen lopende onderzoek, toen ik onlangs gebruik maakte van een computermodel dat vorig jaar is ontwikkeld door collega’s op Stanford University. Op basis van dit model is het mogelijk om met één klik op de knop uit te rekenen hoeveel tijd en geld het kostte om rond het jaar 200 n. Chr. in het uitgestrekte Romeinse Rijk te reizen c.q. goederen te vervoeren van plaats A naar plaats B.

Vervoerskosten

Overzicht van vervoerskosten in het Romeinse Rijk, naar Scheidel in JRA 2014

In de rekenmodellen die achter dit interactieve programma schuil gaan, heeft men alle relevante factoren van toen proberen te verdisconteren: de verschillende vervoertypes, de kwaliteit van het wegennet, de rivier –en zeestromingen inclusief de heersende windrichtingen. Zelfs de impact van de verschillende jaargetijden wordt erin meegenomen.

Wat genoemd model zo waardevol maakt, zijn de grotere patronen die eruit naar voren komen. Zo was het al langer bekend dat het Romeinse Rijk een platte en gedecentraliseerde bestuursstructuur kende waarin zo’n 2000 steden een belangrijke bestuurlijke rol vervulden. Maar nu blijkt dat die steden met elkaar gemeen hebben dat ze een Mediterrane waaier vormden die zich kenmerkte door een uitstekende, want kosteneffectieve onderlinge bereikbaarheid.

Kern Mzee

De kern van het Romeinse Rijk, naar Scheidel in JRA 2014

Verder wordt duidelijk waarom de Romeinen bepaalde streken slechts met moeite permanent onder controle wisten te houden: die vielen namelijk stuk voor stuk buiten de waaier van bereikbaarheid. Een langere reistijd betekende niet alleen dat berichten uit die regio’s vaak pas laat het hoofdstedelijke Rome bereikten. Ook kostte het aanzienlijk meer tijd om bij problemen een goed uitgerust leger op de plek des onheils te krijgen.

Het feit dat het Romeinse Rijk bestond bij gratie van connectiviteit had voor het verdere verloop van de Romeinse geschiedenis eveneens grote gevolgen. In de derde eeuw n. Chr. verschoof het centrale bestuurscentrum van de stad Rome naar nieuwe urbane centra aan de periferie, om militaire redenen. Die nieuwe centra kwamen tot bloei omdat ze het middelpunt gingen vormen van een nieuw eigen netwerk. Als zodanig stonden ze nog maar bepekt in contact met de Mediterrane waaier die eerder de kern had gevormd van de Romeinse wereld.

Polydus

Mozaïek met de wagenmenner Polydus, 3e eeuw n. Chr. Rheinisches Landesmuseum Trier

In steden zoals het Duitse Trier leidde deze ontwikkeling tot een ongekende bouwwoede. Er is geen Romeinse stad ten Noorden van de Alpen waar zoveel Romeinse resten bewaard zijn gebleven. De Porta Nigra, monumentale badgebouwen, de kolossale troonzaal van keizer Constantijn, een uitzonderlijke dubbele vroegchristelijke basilica onder de Dom en nog veel meer: Trier kan met Rome wedijveren en is een bezoek meer dan waard.

Aula Palatina

De Aula Palatina, de troonzaal in het paleis van keizer Constantijn, begin 4e eeuw n. Chr.

Meer weten over het model dat in deze blogpost ter sprake komt. Klik dan hier.

Meer zien van wat er in Trier te zien is? Kijk dan naar deze toeristische video: