Compleet soeverein, maar al eeuwen goed verzorgd

Bastet, de Egyptische vruchtbaarheidsgodin die werd voorgesteld als een kat. Gemummificeerde kat uit Thebe, Egypte: nu in het British Museum in Londen

Lange tijd was de hond de enige dierlijke metgezel van de mens. Het ontstaan van de landbouw in het Nabije Oosten bracht hier echter verandering in. Vanaf dat moment begon de mens ook andere wilde dieren te temmen, zoals geiten, schapen, koeien, varkens en, niet te vergeten: katten.

De kat onnatuurlijk in zijn natuurlijke habitat

Of de kat ook echt door de mens gedomesticeerd is, is overigens sterk de vraag. Als er één huisdier is dat compleet soeverein is, dan is het wel de kat. Op zo ongeveer alle punten die dieren tot gedomesticeerde wezens maken, gaan katten nog altijd gewoon hun eigen gang. Ze zijn niet van ons afhankelijk voor hun eten, maar jagen zelf als ze daar zin in hebben. Ze staan niet bij de deur te kwispelen als je thuiskomt, en trekken zich van ons sowieso weinig aan. Een qua fysieke verschijningsvorm lijken onze katten ook nog altijd sprekend op hun wilde soortgenoten.

De kleine ‘Thylacoleo carnifex’, ook wel de ‘Marsipial Leeuw’  genoemd, leefde in het Pleistoceen en lijkt nog wel het meest op de moderne kat

Desalniettemin kunnen we dankzij recent genetisch onderzoek het verhaal van de relatie tussen mens en kat steeds beter in beeld brengen. Uit dat onderzoek blijkt dat die relatie begon rond 10.000 v.Chr., toen de wilde kat zich ging ophouden in de omgeving van de eerste boeren in wat nu Turkije en Libanon is. Het waren dieren die op muizen jaagden, die op hun beurt weer afkwamen op het graan dat deze boeren opsloegen. Naarmate de landbouw zich vanuit het Nabije Oosten richting Europa uitbreidde, verspreidde ook deze kat zich geleidelijk naar onze streken.

De zogenaamde Pallas kat lijkt nog het meest op diens prehistorische soortgenoten

Daarnaast was er de Egyptische kat. Die werd waarschijnlijk apart gedomesticeerd onder de farao’s. Toen Egypte eenmaal in het Romeinse Rijk was opgenomen, kwam deze Egyptische kat ook in Europa terecht waar ze zich vermengde met de katten die al eerder uit het Nabije Oosten waren gekomen.

Een ander beeld van de Egyptische kattengodin Bastet, nu in het Louvre

Daarna ging het snel. Met name via de internationale handel over zee verspreidden katten zich in alle windrichtingen, want het waren beestjes die dankbaar werden ingezet bij ongediertebestrijding aan boord van handelsschepen. Ook ging men bewust fokken, zeker vanaf 1300 — het moment waarop de Cyperse kat ten tonele verscheen.

Kat en gevogelte afgebeeld op een Romeinse mozaïek, te zien in het Nationaal Romeins Museum in Rome

Betekent dit dat de mens pas vanaf de Middeleeuwen ook echt van de kat is gaan houden? Een bijzondere vondst uit een Romeinse villa in Engeland laat zien dat die liefde al vele eeuwen ouder is. Bij opgravingen werden de resten van een kat gevonden die zo zwaar gehavend was — mogelijk door een trap van een paard — dat het beest nauwelijks nog zelf kon jagen.

Kat afgebeeld in een middeleeuws manuscript

Toch laten de botresten ook herstel zien. En dat kan maar één ding betekenen. Na dat ellendige ongeluk werd het arme diertje niet aan zijn lot overgelaten, maar liefdevol verzorgd, waarna het nog lang en gelukkig leefde.

Meer weten of de domesticatie van de kat? Bekijk dan het volgende korte filmpje van de SciShow: