Belastinggeld stinkt niet

Munt met afbeelding van keizer Constantijn, onderdeel van de muntschat van Seaton Down, Devon

Vorige week besteedde De Wereld Draait Door aandacht aan De Nationale Wetenschapsagenda, een platform waarbij iedereen moet kunnen meepraten over waar het met onze wetenschap naar toe moet de komende jaren. Als er niet gepolderd kan worden, worden wij Nederlanders immers erg ongelukkig. Iedereen mag meedoen aan De Nationale Wetenschapsagenda en dus had de redactie van de DWDD niemand minder dan Katja Schuurman benaderd om een wetenschapsvraag te formuleren op het gebied van de geneeskunde. Sommige mensen hebben nu eenmaal overal verstand van.

Verder was er nog een clipje te zien met minister-president Rutte. Daarin sprak hij zijn passie uit voor de studie van de geschiedenis, in het bijzonder die van het Romeinse Rijk en haar economie. De grote bloeiperiode van de Romeinse economie viel in de eerste en tweede eeuw n.Chr. toen Rome net een verenigd keizerrijk was geworden. Die bloei ging gepaard met een voor die tijd ongebruikelijke hoge mate van monetarisering.

Emperors

De Romeinse keizers lieten zichzelf graag op hun munten afbeelden. Dat was een zeer effectieve manier om zichzelf te propageren onder grote lagen van de bevolking

Rome hief belastingen die in contant geld moesten worden betaald. In tegenstelling tot wat men misschien zou verwachten, ontstond zo een systeem waarvan op termijn vooral de provincies en perifere gebieden economisch profiteerden. Die gebieden maakten een aanzienlijke groei door, omdat ze op grote schaal producten naar het consumerende Italië gingen exporteren. Op die manier konden zij het geld verdienen dat nodig was om aan alle belastingverplichtingen te voldoen.

trade

Overzicht van de belangrijkste handelsroutes in het Romeinse Rijk

Met een geschatte totaal beschikbare cashflow van 20 miljard sestertiën — toen de meest gangbare munt — is het logisch dat er ook vandaag de dag nog veel Romeinse muntvondsten gedaan worden. De hier afgebeelde muntschat, die in 2013 in Devon werd ontdekt, is daarvan een mooi voorbeeld. De schat omvat 22.000 munten, waaronder vooral veel kleingeld.

205077

De muntschat van Seaton Down

Overigens moesten de Romeinen in Italië zelf ook wel eens in de buidel tasten. Zo hief keizer Vespasianus, die regeerde van 69 tot 79 n.Chr., belasting op de openbare toiletgebouwen en de urine die daar werd opgevangen. Zo kwam de welbekende uitdrukking ‘Pecunia non olet,’ of te wel ‘geld stinkt niet’, in omloop.

Meer weten over de economie van het Romeinse Rijk? Lees dan Walter Scheidel, Ian Morris en Richard P. Saller (eds.), The Cambridge Economic History of the Graeco-Roman World (Cambridge: Cambridge U.P. 2008). 

Meer zien over de ontdekking van de muntschat van Seaton Down? Kijk dan naar dit korte filmpje: